Voorwoord

Sinds 2003 run ik met veel plezier mijn Bed & Breakfast in de plaats Slijk-Ewijk. Dat is aan de Waal gelegen, tussen Nijmegen en Arnhem. In de boerderij ernaast woon ik samen met mijn twee lieve dochters, met mijn honden Storm, Suz en Sam. Er is ook nog plek voor mijn eigenzinnige kat Sammy. De boerderij draagt de naam de Remketting. Een remketting is een onderdeel van een paard en wagen. Als het paard met de wagen van de dijk afging, dan werd de ketting in het achterste wiel gestoken zodat de wagen niet tegen het paard kon aanrijden.

In de afgelopen vijftien jaar heb ik heel veel gasten mogen ontvangen. Mensen, in alle soorten en maten, BN-ers, maar vooral ook veel ‘gewone’ mensen. Mensen alleen, stelletjes, hele familie’s die iets speciaals te vieren hadden, concertgangers, vrienden- en fietsclubs. Mensen met heel veel vrolijkheid, maar ook met beperkingen of tegenslagen.

Sommige logees ben ik nooit vergeten. Sommige situaties waren hilarisch. Soms vielen vakantiegangers op door hun levensverhaal of hoe ze met het leven omgaan. Vooral door dat laatste zijn bepaalde logees me altijd bijgebleven. Mijn gasten hebben bij het afscheid nemen voor mij ook vaak wat woorden geschreven in mijn gastenboekje. De vijftien mooiste ontmoetingen uit de afgelopen vijftien jaar zijn door mijn nichtje Marjan Scheer beschreven. Iedere twee weken wordt een verhaal geplaatst. Zo krijgt u in de komende maanden een kijkje in het wel en wee van B&B de Remketting. Veel leesplezier!

Erla Braskamp

 

De opening

Met mijn auto volgeladen met de laatste spullen rijd ik ‘mijn’ dorp Slijk-Ewijk binnen. Tot een aantal maanden geleden had ik er nog nooit van gehoord. Vanaf vandaag is het definitief mijn nieuwe woon- en werkomgeving. Een ‘parel’ in de Betuwe, al zou je dat niet direct zeggen. Als je via de hoofdweg binnenkomt, dan oogt het allemaal wat rommelig. Het lijkt een wat vreemd dorp. Dat komt waarschijnlijk mede door de bouw. Het is namelijk een dorp zonder echte kern. Het bijzondere is dat de weilanden tot aan de straat reiken. Waar zie je dat nog? Er wonen nog geen vijfhonderd mensen en er zijn geen winkels. Voor de dagelijkse boodschappen moet je naar een dorp verderop. Wel is er veel ondernemerschap aan huis en ontmoeten de bewoners elkaar graag in het dorpshuis ‘Beatrix’. Het is er groen, lieflijk en rustig.

We wilden een camping beginnen. Dat was het plan, maar tijdens de zoektocht naar een geschikte plek bleek al gauw dat het niet zo eenvoudig was. Behalve een groot terrein, heb je ook een vergunning nodig. Dat laatste was vaak het struikelblok. Na heel wat percelen in de omgeving te hebben bekeken, kwamen we terecht in Slijk-Ewijk.

“Dan maken we er toch een B&B van” riep ik enthousiast naar Jan, want deze plek met oude boerderij en bijgebouw voelde zo ontzettend goed. Dit was het. Hier wilde ik wonen en mijn droom waarmaken. Gasten ontvangen en ze het enorm naar de zin maken. Weliswaar geen tenten en caravans om me heen, maar wel prachtig ingerichte kamers met veel luxe. Ik moest me nu gaan richten op een andere doelgroep, maar lang hoefden we niet na te denken. We deden een bod en de boerderij werd ons eigendom. De vergunning liet vervolgens niet lang op zich wachten, zodat de verbouwing al snel kon beginnen. Er moest nog wel het nodige gebeuren om het geheel geschikt te maken. Niet alleen in het bijgebouw, maar ook op het terrein zelf. De grote woestenij moest worden omgetoverd tot een parkeergelegenheid en een leuke tuin om lekker in te spelen en samen te zijn.

In de afgelopen periode hebben we geleidelijk aan al wat inwoners beter leren kennen.
Slijk-Ewijk blijkt een echt boerendorp te zijn met zijn eigen tradities en gewoonten. Dan hoor je tussen de middag: “Ik ga naar huus, want de vrouw heeft de soep klaar.”

Iedereen laat elkaar zijn, niemand kijkt naar iemand op. De sfeer is erg gemoedelijk en aan spontane hulp geen gebrek. Maar enige scepsis is er wel. Waarom ik uitgerekend in hun dorp een B&B begin. Wie komt er nou naar Slijk-Ewijk om daar te gaan logeren? Er is hier toch niks te doen? Ze begrepen er niets van. Maar ik ging vol vertrouwen door. De meeste inwoners zien de schoonheid van hun eigen dorp niet meer. Generaties zijn hier geboren en getogen. Het dorp wordt behalve ‘een parel’ ook wel ‘een kroonjuweel’ genoemd. Een terechte benaming. Ik weet zeker dat toeristen precies zoeken wat ik te bieden heb: rust en ruimte, een prachtige natuur, maar ook veel vertier van steden dichtbij, zoals Arnhem en Nijmegen. Dit is een unieke plek.

Ik rij verder mijn eigen terrein op. De bedrijvigheid van alle bouwvakkers om de laatste details af te werken maakt me emotioneel. Wat is er door iedereen hard gewerkt om alles in gereedheid te brengen voor de eerste gasten. Het zijn allemaal wandelaars die mee gaan doen aan de Vierdaagse in Nijmegen. Dit jaarlijkse evenement begint dinsdag, dus het moest klaar. En het is klaar. Wat ben ik trots, maar toch ook wel een beetje nerveus. Zullen mijn gasten het net zo prachtig vinden als ik?

Bloesemfair

 

 

“Nee, we gaan de drank niet verkopen, maar alleen laten proeven. We zorgen voor kleine plastic borrelglaasjes, die weggegooid kunnen worden.”

Ik heb de zoveelste belangstellende aan de telefoon voor mijn Bloesemfair. In 2005 heb ik die voor het eerst gehouden. Toen hadden we twintig standhouders. Nu, drie jaar later, zijn er zoveel, die op mijn inmiddels beroemde fair hun goederen willen verkopen, dat ik niet eens genoeg ruimte heb. Wat een spektakel! Dit had ik in mijn stoutste dromen niet kunnen bedenken. Ik wilde geen veredelde markt, maar een fair met een luxe uitstraling. En dat is gelukt. Prachtige jassen en sjaals, die niet zomaar overal te koop zijn. Ik zag het voor me. Niet alleen kleding, maar ook diverse exclusieve kunstobjecten, die te bewonderen en te koop zijn. En natuurlijk moest er ook gedacht worden aan de inwendige mens, dus is er een kraam met lekkere broodjes, een barista/koffieverkoper en voor de kinderen een kraam met oud-Hollandse snoep. Van burgermeester(es) Tuinman heb ik de vergunning natuurlijk weer gekregen. Ze is zelf groot fan en komt ieder jaar een kijkje nemen. Gelukkig heb ik het aantal vrijwilligers dat het verkeer gaat regelen ook weer bereid gevonden. Dat is geen overbodige luxe in een dorp als Slijk-Ewijk, waar we in het weekend meer dan 2.500 bezoekers gaan ontvangen. De bereikbaarheid per openbaar vervoer laat wat te wensen over, dus komt nagenoeg iedereen met de auto. Bovendien is dat ook het meest praktisch wanneer je na een aantal uren shoppen met tassen vol weer naar huis gaat.

“Het is een nieuw drankje: Licor 43. Als bezoekers het lekker vinden kunnen ze een bestelling plaatsen.”

“Ik ben erg benieuwd hoe het smaakt. Ik zie jullie graag!” Zo, dat was dan nu echt de laatste die ik kan toelaten. Een heel geregel, maar ik kijk er weer naar uit. Het is in het weekend voor Koninginnedag, de tijd van het jaar waarin de bloesem in mijn streek op z’n mooist is.

“Kun je nog lopen?” De laatste bezoekers verlaten het terrein en we kunnen weer terugkijken op een fantastisch en geslaagd evenement. Mijn voeten zijn bijna gevoelloos, maar dat mag de pret niet drukken. Ik begin op te ruimen en loop langs de kassa. Daar stonden toch twee bakken met lavendel? Ik kijk nog eens en weet het heel zeker. Gestolen! Niet te geloven. Klanten geven hier honderden euro’s uit. Dan is er blijkbaar geen cent meer over voor een plantje. Jammer, dit soort dingen. Maar verder ben ik dik tevreden. Ook over het feit dat ik ternauwernood een boete van achthonderd euro heb weten te voorkomen. Stond toch om drie uur vanmiddag, een uur voor sluitingstijd, de Keuringsdienst van Waren op de stoep. Alles was in orde, behalve de proeverij van Licor 43. Ik had werkelijk geen idee, maar ook voor het alléén laten proeven van alcoholische dranken had ik een vergunning moeten hebben. Gelukkig wist ik de keurmeester met al mijn charmes ervan te overtuigen dat hier sprake was van onwetendheid en niet van opzet. Het valt in dit ‘regeltjesland’ niet mee als ondernemer van alles op de hoogte te zijn. Weer wat geleerd voor de volgende fair, want die gaat er zeker komen.

De oorlog

“Welke route kunnen we het mooist fietsen richting Nijmegen?”

Voor het echtpaar dat gisteren is aangekomen, heb ik bij de plaatselijke fietsenhandel twee prachtige e-bikes gehuurd. Ze zijn er klaar voor om in een aantal dagen vanuit mijn B&B een paar leuke tochten te maken. Het is mooi weer, droog en niet al te warm. Meneer is bijzonder geïnteresseerd in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en mevrouw vindt fietsen heerlijk. Een mooie combinatie van twee hobby’s. Mijn B&B is daarvoor de perfecte uitvalsbasis.

“Ik zou het voetveer naar Beuningen nemen, dat is erg leuk!”

Het voetveer is in 2011, na 55 jaar, weer in ere hersteld. De verbinding bestond al in 1571. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de boot van Antoon Bos, eigenaar van 1900 tot 1956,  in beslag genomen door de Duitsers. Hij moest toen weer gaan zeilen. Als je naar de overkant wilde, dan trok je bij de loswal aan de bel en stak de veerman over om je op te halen. Dat hoeft vandaag de dag niet meer. De vrijwilligers varen op gezette tijden heen en weer om de voetgangers en fietsers op nostalgische wijze naar de overkant van de Waal te brengen.

Niet alleen de boot van Antoon moest worden afgestaan aan de bezetters. Ook de klok van de Nederlands Hervormde Kerk in mijn mooie dorp moest er aan geloven. Ongetwijfeld is hij omgesmolten om als kanon een tweede leven te krijgen. De kerk is onlosmakelijk verbonden met Slijk-Ewijk. Op ansichtkaarten en foto’s van het dorp komt hij steevast voorbij. Statig en helemaal ‘in het wit’. Hij is gebouwd tussen 1300 en 1400 en doet na diverse restauraties nog steeds dienst. In 1944 kwam er een nieuwe klok met de tekst: ‘Mijn stem roept de gemeente samen tot lof van ’s Heeren naam. Hij heeft de vijand weggedreven en ons de vrijheid gegeven’.

Vrijheid … ik sta er niet dagelijks bij stil, maar wat is het bijzonder. Ik woon in een gebied waar tijdens de Tweede Wereldoorlog flink gevochten is. Er zijn in de omgeving veel monumenten en bezienswaardigheden, die er aan herinneren. Oorlogsmusea, maar ook plekken met een laatste rustplaats van verzetsstrijders en verzamelgraven voor burgerslachtoffers van de bombardementen.

Voor het stel staat morgen Arnhem op het programma. Daar zullen ze, net als de wielrenners van de Giro d’Italia in 2016, de John Frostbrug over fietsen. Een brug met een indrukwekkend verhaal, vernoemd naar een held: John Dutton Frost. Hij was een luitenant-kolonel van de geallieerden. Het was hem tijdens de slag om Arnhem als enige gelukt om met zijn manschappen de brug te bereiken. Helaas lukte het hem niet deze te veroveren en werd de slag in september 1944 verloren. Direct daarna moesten de inwoners van Arnhem van de Duitsers vertrekken naar veiliger gebieden. Arnhem werd een spookstad. Een werkelijkheid die ik me nu onmogelijk kan voorstellen, wanneer ik er met mijn dochters aan het winkelen ben.

Ik kijk het echtpaar na als ze wegfietsen, de vrijheid tegemoet. Hij met een pet op, zij met zonnehoed en -bril. Natuurlijk voorzien van de nodige proviand voor onderweg. En toch ook nog wat regenkleding, want tja…je weet het maar nooit in dit land.

Tieners

 

“Fijn dat je nog een kamer vrij had!” Anna geeft me een ferme handdruk en kijkt me met een glimlach aan.

“Ja, je had net geluk dat ik ‘Bedstee’ nog beschikbaar heb. Verder zit alles vol.” zeg ik tegen haar, terwijl we naar boven lopen.

“Ik zag het niet zitten om morgenvroeg zo’n eind te moeten rijden. Dan zul je zien dat ik door een onverwachte file te laat ga komen op mijn training.” Anna laat zich met een diepe zucht achterover op het bed vallen met haar armen wijd. Haar ogen zijn gesloten.

“Hoe laat wil je ontbijten? Dan laat ik je nu alleen, zo te zien kun je wel wat slaap gebruiken.” Ik wil Anna haar sleutel geven, maar plots zit ze rechtop, kijkt ze naar de vloer en de woorden stromen haar mond uit.

“Ik weet gewoon niet hoe het verder moet. Youri, mijn zoon, gaat zich wel redden. Dat is geen probleem. Die jongen doet het boven verwachting goed in zijn eerste jaar van de HBO. Dat had niemand verwacht. En Manon, mijn jongste, dat gaat tot nu toe prima, een beetje aan het puberen, maar dat is niet zo gek als je twaalf bent, toch? Nee, het is Merel…ik weet gewoon niet meer wat ik met haar moet. Mijn eerste meisje, de tweede van onze drie liefdesbaby’s. Het wordt vaak beweerd, dat een tweede het ‘moeilijk’ heeft. Ze is niet de oudste en niet de jongste. Zou het dat zijn?”

De vraag is niet voor mij bedoeld, dus zeg ik: “Je training begint om half tien, niet? Zal ik dan om zeven uur serveren. De andere twee gasten eten ook om die tijd. Ik wens je een fijne nacht!”

“Oh ja, natuurlijk, zeven uur is prima.” zegt Anna wat afwezig.”Rust, eventjes rust, daar ben ik inderdaad wel aan toe. Een nachtje zonder de kinderen, zonder Merel. Alhoewel…Merel is er altijd. Als het niet fysiek is met haar grote mond, dan zit ze in mijn hoofd. Zorgen, altijd zijn er de zorgen om haar. En zo langzamerhand wanhoop. Wat moet je nog, als je alles geprobeerd hebt. Als je alle liefde hebt gegeven, je luisterend oor, je schouders om op uit te huilen, je armen om haar heen. Als je streng en boos bent geweest. Van alles in het vooruitzicht hebt gesteld om haar in actie te krijgen. Maar ze wil niets. Ze wil niet ontvangen, maar ook niet geven. Niets. Niets vind ze leuk, niets is interessant, niets is de moeite waard. Alleen maar drinken en blowen. Daar vult ze nu haar dagen mee. Dat mooie meisje met haar prachtige bos krullen – ze had al haar toen ze geboren werd – glijdt steeds verder af. En ik? Ik wil van alles, maar kan niets.”

De volgende ochtend is het mistig. “Goed geslapen Anna?” zeg ik als ik met het ontbijt de eetkamer in kom. Ze ziet er gelukkig uitgerust uit.

“Zeker en gezien de weersomstandigheden ben ik nu helemaal blij met mijn besluit van een voorovernachting. Wat ziet dat er heerlijk uit! Mijn maag knort al. Ik was me er niet van bewust, maar door alle gedoe gisteravond had ik niet eens meer gegeten.”

“Nou, dan laat het je lekker smaken. Ik haal nog even de jus d’orange. De andere twee gasten komen ook zo. Zij gaan net als jij naar Nijmegen.”

Als ik met de verse jus weer binnenkom, zit Anna al heerlijk te genieten van een croissantje met jam. “Goedemorgen dames, hebben jullie ook lekker geslapen?” Sanne en haar moeder schuiven net aan. “Nou heerlijk hoor” zegt Sanne.

Ik kan het me bijna niet voorstellen, zo bleek als ze ziet. Toen de boeking door haar moeder werd gedaan, vond ik het al wat vreemd om in deze tijd van het jaar met je veertienjarige dochter te komen logeren. Mijn meisjes moeten gewoon naar school.

“Zo” zegt Anna “een gezellig moeder/dochter-uitje? Wat gaan jullie dan vandaag in Nijmegen doen?”

“We gaan naar het UMC” zegt Sanne.

Hoewel ze nog maar veertien is, is ze zeker niet op haar mondje gevallen. Ze lijkt in haar doen en laten al erg volwassen.

“Ik heb een aangeboren hartafwijking. We moeten vandaag voor controle. Ik heb al meerdere operaties gehad.” Sanne vertelt het alsof ze verslag doet van een schoolreisje. Ik zie dat Anna er van schrikt. “Oh sorry” zegt ze, terwijl ze haar eitje kapot tikt. “Wat vervelend voor je.”

“Och, valt wel mee hoor” zegt de stoere meid en glimlacht even naar haar moeder, die op haar beurt naar haar dochter knipoogt.

Als ik na een uurtje de ontbijtboel kom opruimen, komt Anna naar beneden met haar koffer.

“Ik weet niet wat ik ga aantreffen als ik later op de dag na mijn training weer thuiskom. Geen idee of Merel er is. En als ze er is, in welke staat ik haar ga aantreffen. Ze moest zich de ogen uit haar kop schamen, zoals zij met haar gezondheid omgaat. Was ze maar hier geweest om eens met Sanne kennis te maken. Misschien was ze daardoor toch geraakt en zou ze in gaan zien waar ze mee bezig is.”

Niet veel later zwaai ik ze allebei uit. Twee moeders die naar Nijmegen gaan. De ene zonder haar gezonde dochter. De andere met haar zieke dochter. Gezond of ziek, voor een moeder is er de nooit aflatende zorg en liefde.

“Tot vanmiddag mam!” Daar gaan ze … mijn beide dochters. De één naar school, de ander naar haar werk. Wat ben ik trots op ze!

Buitenlandse gasten

“Errrlaaaa!” Als in een film rent er een prachtige man, keurig in pak, met zijn armen wijd open op mij af. Ik doe hetzelfde, en roep zijn naam: “Igor!”

In ‘slow motion’ zal het een prachtig tafereel zijn geweest … ik op mijn Uggs over het grindpad, hij op zijn prachtig glimmende gepoetste schoenen. Waarna we tenslotte in elkaars armen vielen.
Zijn witte tanden glinsteren in de voorjaarszon. Achter zijn dure zonnebril gaat een paar prachtige ogen schuil. Voordat hij vandaag zou komen hebben we al een paar keer via email contact gehad. Igor is zijn naam en Rusland zijn geboorteland. Hij belde dat hij bij mij op het terrein stond en daarop ‘vloog’ ik naar buiten. Er zijn verschillende soorten Russen, net zoals in elk land niet iedereen hetzelfde  is. Sommigen zijn wat luidruchtig, gekleed in trainingsbroek en behangen met goud, die noem ik de ‘Adidas-mannen’. Maar deze behoort tot de andere soort handelaren, strak in het pak. Hij is precies zoals ik me had voorgesteld. Wanneer je meer dan vijftien jaar gasten uit alle windstreken ontvangt, ontwikkel je daar blijkbaar een neus voor. Hoewel … onlangs bleek mijn ‘neus’ toch iets verkouden.

Hon Yueng Chan had het plan opgevat met de hele familie een verjaardag bij mij te komen vieren. Met maar liefst zestien personen zouden ze het heugelijke feit beleven. De van oorsprong Chinezen woonden allemaal in Duitsland. Al een half jaar van tevoren kreeg ik het eerste mailtje. En tot de betreffende dag hadden we regelmatig contact.

Hon sprak en schreef goed Duits, Engels en uiteraard haar moedertaal. Nu ben ik zeer bedreven in Duits en Engels, maar Chinees…nee, dat is voor mij abracadabra, behalve de namen van wat overheerlijke gerechten dan. Allereerst arriveerde een gezin met vier kinderen, maar dat was niet het gezin van Hon. Na ongeveer een halfuur volgde de rest van het gezelschap. “Wilkommmen Hon. Herzlichen Glückwunsch” zei ik en stak mijn hand uit naar de vrouw. De man, vrouw en kinderen keken elkaar aan en begonnen hartelijk te lachen. “Ich bin Hon” zei de man en stak zijn hand uit. Haha, had ik toch al die tijd gedacht met een vrouw te maken te hebben. Waarom eigenlijk? Klinkt Hon op z’n Nederlands een beetje vrouwelijk? Ik denk het wel. Later vernam ik dat Hon eigenlijk zoiets betekent als ‘Jan’.

Al lachend stak ik mijn hand uit en feliciteerde nu het juiste feestvarken. En over varken gesproken …de kok, die er bij was om te zorgen voor een overheerlijk feestmaal, liet ook mij meegenieten van een lekker stukje buikspek. Wat mij betreft komt Hon elk jaar haar (ik bedoel zijn) verjaardag bij mij vieren.

Verdriet

“Ogenblikje!” roep ik, als ik het portier van mijn auto openzwaai. Ik kom net thuis met de boodschappen en als ik die niet eerst in de koeling doe, hebben deze gasten morgenochtend geen lekker vers ontbijt. Storm staat me bij de poort al op te wachten. Sommige honden kun je wel wat kunstjes leren, maar mijn lieve Labrador is het nog nooit gelukt een tas vol lekkers naar binnen te dragen. De inhoud ervan vervolgens opeten is overigens geen enkel probleem.

Je bent gewoon op tijd of hoogstens een kwartiertje eerder als je een afspraak hebt. Zo ben ik opgevoed, maar dat geldt blijkbaar niet voor iedereen. Dit echtpaar is maar liefst een uur te vroeg. Hoe vervelend ik het ook vind ze te moeten laten wachten, hierop kan ik mijn planning niet afstemmen. Ik loop door naar achteren om de kaas, melk, yoghurt en het verse fruit op te bergen. De boodschappen die niet in de koeling hoeven laat ik in de tas staan. Dat is een zorg voor later.

“Sorry dat ik u even moest laten wachten” zeg ik tegen de man en vrouw, die toch wat geërgerd naast hun auto op en neer lopen. “Loopt u maar mee, dan breng ik u naar uw kamer.” De wat kleine gezette man en zijn geliefde, die bijna een half hoofd groter is, lopen zwijgend achter me aan. Ik vraag me af of ze eigenlijk wel zin hebben in deze vakantie. Ik ga ze voor naar ‘Vuur’, de meest kleurrijke kamer. Ik hoop dat de naam en de inrichting het vlammetje in hen weer een beetje zal aanwakkeren. Onderweg breng ik het gesprek op gang door ze te vragen naar hun reis. En naar aanleiding van een opmerking van één van hen, vraag ik de vrouw hoe oud haar kinderen zijn.

Nog voordat ik de drempel over ben en hen de kamer en aangrenzende badkamer wil laten zien, zegt ze: “Mijn dochter is dood!”

Ik kijk de vrouw aan en mijn van nature vlotte tred vertraagt als vanzelf.

“Twee jaar geleden is ze overleden aan de griep, 45 jaar was ze nog maar. Mijn hart bloedt.”

“Dat hoort niet, hè? Je kind overleven.” zeg ik, terwijl mijn moederhart begint te bonken. Je kind verliezen …

“Nee, maar wat moet ik dan? Ik doe maar door, al heeft het allemaal geen zin meer.” De schouders van de vrouw hangen nu nog meer voorover, dan ze al deden. Haar man kijkt bijna uitdrukkingsloos de kamer rond.

“Hier is uw badkamer” ga ik ‘gewoon’ verder en doe de deur voor hen open.

“Mooi, ziet er mooi uit.”

Nadat ik ze een fijn verblijf heb gewenst en terug ben gelopen naar mijn eigen stulpje, komt mijn jongste dochter aangereden op haar scooter. Haar laatste lesuur is uitgevallen. Ze heeft haar helm nog op als ik mijn beide armen om haar heen sla en haar een knuffel geef, die ze zich nog lang zal herinneren.

“Nou mam, zo is het wel genoeg!”

 

De Vierdaagse en de MH17

“Jij nog een speklapje of een worstje, Erla?”

Zoals elk jaar, sinds de opening, zitten we tijdens de Vierdaagse op de laatste avond heerlijk met z’n allen te barbecuen. Wat een evenement is het toch, die Vierdaagse. Dit jaar (2014) is de 98e editie. Al sinds 1909 wordt het georganiseerd en het is wereldwijd inmiddels de grootste meerdaagse wandelprestatietocht: ‘the Walk of the World’. Waar ons kleine landje toch weer groot in is. Sinds 1909 en dan de 98e editie? Wie rekenen kan, zal zeggen dat dit niet kan kloppen. De verklaring is simpel. Tijdens beide wereldoorlogen kon de wandelmars een aantal jaren niet gehouden worden.

Traditiegetrouw wordt er op de derde dinsdag in juli gestart. De feesten in Nijmegen beginnen al in het weekeinde voorafgaand aan de dinsdag, wanneer de lopers hun eerste meters afleggen. Vanuit de hele wereld komen wandelaars om mee te doen. Soms individueel, soms met vrienden, maar ook hele groepen militairen. Elk jaar zit mijn B&B vol met wandelaars. Die week in het jaar is er geen plek voor anderen. In de wijde omgeving zijn alle (logeer)bedden bezet, in de hotels, in de B&B’s, maar ook bij heel veel mensen thuis. De gasten kennen elkaar vaak niet, maar al gauw is het een hechte groep. Grappig is dat toch, wanneer je mensen bij elkaar zet met eenzelfde doel, of die eenzelfde passie delen. Dan gaat eigenlijk alles vanzelf. En de sfeer, in mijn B&B, maar ook op het hele evenement, is ronduit geweldig te noemen. Geen enkel onvertogen woord, geen rellen, geen opstootjes, hooguit een keer een gozer, die iets te diep in het glaasje heeft gekeken. Chapeau voor de organisatie, die er – met zoveel bezoekers en wandelaars – elk jaar weer een prachtig evenement van weet te maken.

“Breaking news!” Robbert pakt zijn telefoon nadat er een piepje is afgegaan. Op hetzelfde moment grijpen nog twee gasten naar hun smartphone. “Een vliegtuig neergestort!!” roept Robbert. Het geklets, het gelach, het geroezemoes … ineens is alles en iedereen stil. We kijken afwachtend naar hem en Robbert leest voor: “Het gaat om een passagierstoestel dat op de grens van Oekraïne met Rusland naar beneden is gekomen. Het contact met het vliegtuig is eerder die middag verloren gegaan. Het gaat om een Boeing 777, die van Schiphol onderweg was naar Kuala Lumpur. Er waren 280 passagiers en vijftien bemanningsleden aan boord.”

“Laat dat worstje maar zitten.” Ineens heb ik helemaal geen trek meer. Er zijn natuurlijk verder nog geen details beschikbaar, maar het klinkt allemaal ernstig. Hoeveel Nederlanders er aan boord waren en of er overlevenden zijn? Langzaam doven de kolen en de laatste stukjes vlees liggen verbrand op het rooster. Blijkbaar had niemand meer trek. Iedereen zoekt zo langzamerhand zijn of haar kamer op. Morgen is het weer vroeg dag. De laatste dag alweer. De dag van de glorieuze intocht, waar familieleden en vrienden langs de Via Gladiola staan om hun wandelaar vol trots met een prachtige bos gladiolen in te halen. Een traditie, die teruggaat tot in de Romeinse tijd. Toen vochten de gladiatoren in de arena letterlijk voor de dood of de gladiolen (alles of niets). De bloem staat daarmee voor kracht, voor overwinning en trots. En dan krijgt de wandelaar, die alle kilometers heeft afgelegd ook nog eens het Vierdaagsekruis … een medaille voor ‘betoonde marsvaardigheid’.

Terwijl ik mijn bedstee ook maar eens opzoek, kijk ik nog even naar het laatste nieuws. Inmiddels is bekend dat het vlucht MH17 betreft en het vliegtuig uit de lucht is geschoten. 283 passagiers (ook nog drie kinderen zonder eigen stoel) waren aan boord, waarvan 154 Nederlanders. En naar alle waarschijnlijkheid zijn er geen overlevenden. Morgen tijdens de feestelijke intocht in Nijmegen staan familie en vrienden langs de route hun geliefden toe te juichen, hoewel het er nu vast minder uitbundig aan toe zal gaan dan in andere jaren. Ja, want morgen zullen in het hele land de vlaggen halfstok hangen. En zijn er families en vrienden, die hun geliefden op een hele andere wijze binnen moeten gaan halen.

 

Siem

 

Daar sta je dan … op de snelweg richting Schiphol en tien auto’s voor je wordt de hele weg afgezet. Het is nog donker en veel meer dan heel veel blauwe zwaailichten zien we niet.

Naast me zit mijn dochter, achterin mijn andere samen met de aanhang van beiden. We zijn om twee uur vannacht opgestaan om op tijd op het vliegveld te zijn. Voor het eerst zullen we samen op vakantie, vliegen naar Sardinië. De werkenden onder ons hebben er speciaal vrij voor genomen en we hebben er allemaal vreselijk veel zin in. Tot nu. Wat gebeurt er toch allemaal? Op de radio horen we iets over een stroomstoring, maar verder is er niet veel duidelijk. We staan al best lang in de file en nu de weg wordt afgezet, kunnen we het hoogstwaarschijnlijk wel schudden. Maar ja, als er mensen blijkbaar zo gek zijn om over de snelweg te gaan lopen om hun vlucht nog te kunnen halen, dan is dit vermoedelijk de enige oplossing om ernstige ongelukken te voorkomen.

Wanneer we uiteindelijk – natuurlijk te laat – bij de balie aankomen, staat de baliemedewerker ons onnozel aan te kijken, wanneer ik zeg dat ze wel zal begrijpen waarom we zo laat zijn. Ze weet van niets. Dat ze door haar werk niet in staat is het nieuws te volgen, begrijp ik, maar dat ze niet is ingelicht door een manager, chef, baas of iemand die daar op lijkt, daar snap ik helemaal niets van.

We krijgen als alternatief aangeboden om alsnog de dag erop te vliegen. Of ik dan vijfhonderd euro per ticket wil bijleggen. We gaan bij een kiosk even rustig wat drinken en eten en ik laat mijn gedachten er over gaan: 2.500 euro extra … en het is nog maar de vraag wat ik vergoed krijg. Nee, we doen het niet. Dan maar terug naar huis. En straks even kijken of we ergens in Nederland voor een paar dagen nog een vakantiehuisje kunnen boeken. Dan gaan we daar maar sardientjes eten.

Onderweg naar huis, denk ik plotseling aan Siem. Hoe zijn vrouw mijn kinderen altijd verraste met een leuk cadeautje, elke keer weer als hij met haar kwam logeren. Voor de kinderen was het dan groot feest, ze keken er echt naar uit. Niet alleen om het cadeautje, nee, zeker niet, gewoon om Siem, omdat het een leuke man was. Siem was vroeger piloot geweest bij de KLM. Het was een bijzondere man. Charismatisch en nog steeds een aantrekkelijke man, ook toen hij al met pensioen was en zonder uniform door het leven ging. Als ik ze wegbracht naar het restaurant aan de Waal, dan zat hij steevast voorin en hield de hele weg zijn hand op mijn knie. Zijn vrouw en hij hadden het goed. Ze maakten veel uitstapjes en deden het hele jaar door korte vakanties, zoals bij mij. Tot ik vorig jaar een rouwkaart ontving. Siem was helaas overleden. ‘Plotseling uit ons midden weggerukt’ stond er bij. Ik was er best ontdaan van. Wat zouden we hem missen. Later hoorde ik van een kennis, dat Siem samen met zijn vrouw uit eten was geweest. Dat deden ze overigens veel. Ze aten meer buiten de deur dan in huis en genoten daar volop van. Tot die laatste keer, toen Siem stikte in een stukje vlees.

“We leven allemaal nog, er is niemand ziek…, we hebben alleen een vlucht gemist, dat is alles” zei ik, toen ik een aantal teleurgestelde gezichten in mijn achteruitkijkspiegel zag.

 

Ontevreden

Heb ik wel aan alles gedacht? Voldoende boodschappen gehaald? Nou ja, als het nodig is, kan ik straks nog wel even snel naar de winkel. Het gaat om acht volwassenen en tien kinderen. Alle bedden zijn opgemaakt, klaar om het gezelschap te ontvangen. Het is voor het eerst, sinds ik een tweede gebouw heb laten realiseren, dat alle kamers voor het weekend verhuurd zijn aan één groep. Ik ben toch wel erg benieuwd hoe ze het zullen vinden.

Het is nog geen twee uur ’s middags wanneer de eerste auto arriveert. Met een soort van ‘gretigheid’ bekijkt het gezin alle kamers, om zo maar vooral de in hun ogen allermooiste te bemachtigen. Zo snel mogelijk moeten hun koffers een plekje vinden, nog voordat de rest van het gezelschap arriveert. Het werkt me bijna op mijn lachspieren, zoals het er aan toe gaat. Natuurlijk zijn er verschillen tussen de kamers, maar aan elke is evenveel liefde en aandacht besteed.

Niet veel later draait de volgende auto het terrein op. Als hij achteruit ingeparkeerd heeft stapt een man al hoofdschuddend uit. “Twee losse gebouwen!” zegt hij, terwijl hij zijn voorhoofd fronst en zijn lippen als één streep in zijn gezicht staan. Hij zegt het niet tegen mij, maar meer over me heen. Ik wil de man een hand geven en hem hartelijk verwelkomen, maar die kans krijg ik niet eens. Al stampend loopt hij terug naar zijn auto om zijn koffer te halen. Inmiddels is één van de (eerste keus-)kinderen al aan komen rennen om de man zijn kamer te wijzen. Ik laat het maar. Waarschijnlijk kan ik nu toch geen goed doen.

De volgende ochtend maak ik nader kennis met de man. Hij komt met een hoop bombarie mijn privétuin inlopen om verhaal te halen. Volgens hem was het ontbijt niet voldoende. Hoewel ik er niets van begreep, bood ik toch mijn excuses aan en beloofde hem de volgende ochtend wat meer broodjes te bakken. Voor (kleine) kinderen reken ik altijd een broodje minder. En dan blijft er over het algemeen toch nog wat over. Maar goed, de klant is koning. Tegen de middag pak ik mijn schoffel om de voortuin te gaan doen en wat schetst mijn verbazing … meneer zit in het zonnetje te genieten van een overheerlijk croissantje. Hij kijkt me aan, met een paar samengeknepen ogen en een grijns rond zijn mond. Als ik al niet ervan overtuigd was dat hij zat te smullen van de resten van het ontbijt, dan had ik het door zijn houding nu zeker geweten.

“Mam, waarom ben je aan het graven?” Ik schrik op en kijk naar het resultaat van mijn ‘geschoffel’. Dankzij meneer ‘Zuurpruim’ is de border wel heel rigoureus van zijn onkruid afgekomen.

Op zondag staat er een picknick op het programma en ik heb afgesproken deze voor de vriendengroep te verzorgen. Ze willen naar een mooie speeltuin in de buurt en daar gezellig wat eten. Het is er prachtig weer voor en dus sta ik fluitend alle manden en tassen te vullen. Toch ook nog maar even een paar zakjes chips erbij doen voor de kinderen. Tenslotte moet het ‘een feestje’ zijn. Het stel dat dit weekend alles regelt komt de proviand halen. Ze moeten nog twee keer heen en weer om alles naar de auto te brengen. Ik zwaai ze uit en wens ze veel plezier. Als ze aan het einde van de middag weer terugkomen, vraag ik hoe het was.

“De speeltuin was chill!” zegt een van de kinderen. “Dat misschien wel, maar ik heb nu alweer honger.” Ik kijk in het gezicht van meneer ‘Zuurpruim’, die me verwijtend aankijkt. De sfeer binnen de groep voelt opnieuw gespannen aan. Eén, twee, drie … bij tien zucht ik een keer diep en besluit niet te reageren, maar mijn aandacht maar op de kinderen te richten. “Die chips waren echt super lekker!”

Wanneer het gezelschap de volgende dag vertrekt, blijft het organiserende stel nog wat drentelen. Ze wachten net zo lang tot de rest vertrokken is. “We schamen ons diep voor het gedrag van onze vriend. Onze oprechte excuses” zegt de vrouw. “We hebben een fantastisch verblijf gehad en het heeft ons werkelijk aan niets ontbroken.” Ik zeg “Bedankt” en ik denk: “Je kunt je afvragen of je zo iemand je vriend wilt noemen.”